Een kunstgebit gaat zelden kapot op een handig moment. De prothese valt op de wastafel en breekt doormidden, een tand laat los tijdens het eten, of er zit ineens een scheurtje in de plaat. De eerste vraag is dan altijd dezelfde: kan dit nog gerepareerd worden, of is het tijd voor een nieuw kunstgebit? In de meeste gevallen is reparatie mogelijk en verstandig. Soms is een nieuwe prothese toch de betere keuze. Hieronder leest u hoe u dat onderscheid maakt en wat u in de tussentijd vooral niet moet doen.
Wat ons laboratorium kan repareren
Verreweg de meeste schade aan een kunstgebit is te herstellen. Een plaat die in tweeën is gebroken kan weer aan elkaar worden gezet, een afgebroken of losgekomen tand kan worden teruggeplaatst en een scheurtje kan worden gedicht voordat het een breuk wordt. Ook bij een gedeeltelijke prothese zijn de meeste reparaties mogelijk, zoals een losgekomen tand of een gebroken klammer, het metalen haakje dat om uw eigen tand grijpt.
Bij Mondzorg Brabant gaat de reparatie niet naar een extern lab. Ons eigen tandtechnisch laboratorium zit aan het Dr. Struyckenplein in Breda, naast de praktijk. Daardoor kan een kleine reparatie vaak dezelfde dag klaar zijn, soms terwijl u wacht. Bij grotere schade is soms een nieuwe afdruk nodig en duurt het iets langer. Neem bij een breuk altijd alle losse stukken mee, ook een afgebroken tand; terugplaatsen is sneller en goedkoper dan een nieuwe tand aanmeten. Op onze pagina over kunstgebit reparatie vindt u de actuele openingstijden van het laboratorium, ook voor reparaties op zaterdag.
Wat u in de tussentijd beter niet doet
De verleiding is groot om de twee helften zelf aan elkaar te lijmen. Doe dat niet. Huishoudlijm en secondelijm zijn niet geschikt voor in de mond en de lijm trekt in het kunststof, waardoor de breukranden niet meer schoon op elkaar passen. Een prothese die zelf gelijmd is, is daarna vaak moeilijker en soms helemaal niet meer goed te repareren. Vijl ook geen scherpe randjes zelf weg en draag een gebroken prothese niet door als hij uw tandvlees beschadigt.
Bewaar de stukken in een afgesloten bakje en bel ons. Kunt u echt niet zonder tanden, bijvoorbeeld omdat u werkt of een afspraak heeft, vraag dan naar een noodprothese. Die overbrugt de periode tot uw eigen prothese gerepareerd of vervangen is.
Zit het kunstgebit los? Dan is rebasen vaak genoeg
Niet elke klacht is schade. Veel mensen merken dat hun kunstgebit na een paar jaar losser gaat zitten, vaker schuift bij praten of eten, of drukplekken geeft. Dat ligt meestal niet aan de prothese zelf, maar aan uw kaak. Zodra tanden en kiezen ontbreken, wordt het kaakbot niet meer belast en slinkt het langzaam. De prothese is dan nog goed, maar past niet meer op de veranderde kaak.
In dat geval is rebasen de oplossing. Het laboratorium brengt een nieuwe voering aan op de binnenkant van de prothese, zodat die weer precies aansluit op uw kaak. U brengt het kunstgebit ’s ochtends en haalt het ’s middags op. Rebasen is aanzienlijk goedkoper dan een nieuwe prothese en lost de klacht in veel gevallen volledig op.
Wanneer een nieuw kunstgebit verstandiger is
Een kunstgebit gaat gemiddeld vijf tot tien jaar mee, afhankelijk van hoe snel uw kaak verandert en hoe het materiaal slijt. Er zijn een paar signalen waarbij repareren of rebasen geen goed geld meer is.
- De tanden zijn afgesleten. U kauwt minder goed, uw kin komt bij het dichtbijten dichter bij uw neus en uw gezicht valt in rond de mond. Nieuwe tanden op een oude, versleten plaat zetten is zelden zinvol.
- De prothese breekt steeds opnieuw. Kunststof dat al een paar keer gerepareerd is, wordt zwakker en breekt vaak op een nieuwe plek.
- Rebasen helpt niet meer. Als de kaak zo veel veranderd is dat ook een nieuwe voering geen stabiele pasvorm geeft, is een nieuwe prothese nodig.
- Het materiaal is verkleurd, poreus of ruikt ondanks goed schoonmaken. Oud kunststof neemt bacteriën en kleurstoffen op en dat krijgt u er niet meer uit.
Een nieuw kunstgebit is ook het moment om te kijken of een andere oplossing beter bij u past. Wie vooral last heeft van een onderprothese die niet blijft zitten, heeft vaak meer baat bij een klikgebit op implantaten dan bij een zoveelste nieuwe losse prothese. En wie opziet tegen het happen in afdrukmateriaal: bij ons kan een nieuwe prothese voor de meeste patiënten worden aangemeten met de 3D-mondscanner, als digitale prothese zonder happen.
Wat wordt vergoed?
Reparatie en rebasen van een volledige prothese worden voor het grootste deel vergoed uit de basisverzekering, met een eigen bijdrage en verrekening van uw eigen risico. Voor een nieuwe volledige prothese geldt eveneens een vergoeding uit de basisverzekering, maar met een hogere eigen bijdrage. Een gedeeltelijke prothese valt onder de aanvullende tandartsverzekering. Wat dat in uw situatie betekent, rekenen wij vooraf voor u uit, zodat u niet voor verrassingen komt te staan. Meer informatie leest u op onze pagina over vergoedingen en eigen risico.
Is uw kunstgebit gebroken, zit het los of twijfelt u of het nog de moeite van repareren waard is? Neem contact op met Mondzorg Brabant in Breda of maak direct een afspraak. Onze tandprotheticus bekijkt uw prothese en adviseert eerlijk: repareren, rebasen of vernieuwen.